08 april 2018

Issuelezing 2018: #Metoo, waarom nu?

Linda Duits houdt eerste Issuelezing over Issue van het Jaar #MeToo

Welk issue hield de gemoederen in 2017 het meest bezig, over welk onderwerp raakten we niet uitgepraat? Het Nederlands publiek verkoos uit een groslijst van Issues #MeToo tot Issue van het Jaar 2017.  Tijdens het Issuecongres afgelopen 25 januari gaf sociaalwetenschapper Linda Duits een lezing over de opkomst en het belang van de #MeToo beweging. Duits gaf een toelichting op waarom dit issue in haar beleving vorig jaar zo hoog op de publieke agenda is gekomen en welke ontwikkelingen we hierbij nog kunnen verwachten. Linda Duits is een sociaalwetenschapper gespecialiseerd in de wisselwerking tussen media, politiek en samenleving. Zij zet zich in voor de verspreiding van academische kennis buiten de universiteit. Ze publiceert geregeld in landelijke dagbladen en is een veel gevraagd expert op het gebied van jongeren, media, stereotypering en gendergelijkheid. Je kunt de Issuelezeing hieronder lezen.

Leestijd: 8-10 min

Issuelezing door Linda Duits,

Foto: Jorrit Lousberg

25 januari 2018

Sommige dingen horen gewoon bij het leven. Seksueel geweld in de nacht is net zoiets als onrust in het MiddenOosten
of bezuinigingen in het onderwijs: onvermijdelijk en niets aan te doen. Toen de Nachtburgemeester begin
september een evenement organiseerde over veiligheid voor vrouwen was ik blij verrast. Ik had me tien jaar
geleden niet kunnen voorstellen dat clubeigenaren, portiers, dj’s en andere betrokkenen constructief zouden
nadenken over het bestrijden van ongewenste aanrakingen in het uitgaansleven. Sterker nog, zelfs een jaar
geleden had ik ervan opgekeken.

Het evenement van de Nachtburgemeester vond plaats op 2 september vorig jaar. Ik had het dus niet kunnen
voorspellen, maar achteraf gezien kon ik aardig verklaren waarom dit juist nu gebeurde. Seksueel geweld is een
hot topic onder jonge feministen. Voor mijn boek Dolle Mythes over feminisme toen & nu keek ik scherp naar wat
deze groep bezighoudt. Seksueel geweld is duidelijk hét gedeelde onderwerp: jonge mensen zijn boos dat dit
onderwerp al zo lang aangekaart wordt, maar dat oplossingen nog steeds zo ver weg liggen.

In oktober barstte #metoo los. Het begon met één tweet en het werd een beweging. Verhalen van slachtoffers en
hun vermeende daders domineerden het nieuws, maar meer nog ontstond er een meta-discussie over het
onderwerp. Metoo was groot nieuws en nieuws groeit dankzij ophef. Er waren schandalen, mensen werden
ontslagen, maar dat was onvoldoende voor de zucht naar spektakel. Kranten maar vooral talkshows willen
meningen.

En dus deed iedere columnist en commentator zijn of haar plasje erover, al dan niet aangemoedigd door hijgerige
redacties. Hoe controversiëler de mening, hoe gretiger het medium. ‘De slachtoffers duiken in een slachtofferrol!
Het is een volksgericht, een heksenjacht, seksuele paranoia! Vrouwen moeten juist blij zijn met aandacht, laten we
niet vergeten dat mannen vaak ook leuk zijn! Er moet meer humor in het debat, mag er dan helemaal niks meer!’

Ook ik deed mijn duit in het zakje, bijvoorbeeld met een opiniestuk in het Parool, waar de vorige alinea in
verscheen en waarin betoogde dat het tijd was om het thema uit de media-arena te halen en daadwerkelijk
verandering teweeg te gaan brengen door te focussen op oplossingen.

Vandaag sta ik hier echter niet als opiniemaker, maar wil ik als politicoloog en mediawetenschapper een stapje
terugdoen en de ontwikkeling van metoo als issue analyseren. De interessante vraag is dan vooral: waarom nu?

Seksueel geweld is niet nieuw, en het is ook niet nieuw dat slachtoffers hun verhalen delen. Het is zelfs niet nieuw
dat dit op sociale media gebeurt. U herinnert zich vast nog #zeghet. In 2015 deelde Anke Laterveer in een post op
Facebook een aanrandingservaring. Het werd opgepikt door Pauw en naar aanleiding van alle reacties op die
uitzending bedachten Anousha Nzume en Stella Bergsma de hashtag. Het idee was slachtoffers aan te sporen hun
verhaal te vertellen.

Het was een enorm succes. #zeghet was dagenlang trending, niet alleen op Twitter maar ook in reguliere media. Er
werden zelfs Kamervragen gesteld en de aangifteprocedure werd aangepast.

Dagenlang. Dat is nu wel anders. Metoo duurt al maandenlang en er lijkt nog geen daling in te zetten.

#zeghet was een Nederlandse aangelegenheid maar ook niet nieuw. In 2014 ging #yesallwomen rond, waarmee
vrouwen ook al vertelden over hun ervaringen met verkrachting en geweld. Ook dit was een groot succes, er werd
miljoenen keren mee getwitterd, maar ook dit was niet zo groot als #metoo. Wat was er dan nu dat zo anders is?

Wat maakte deze ‘perfecte storm’?

Ik ga vier ingrediënten noemen. Op zichzelf zijn ze niet voldoende, maar het is de combinatie die ervoor zorgde dat
#metoo issue van het jaar werd – en misschien zelfs ook wel van dit jaar, al is het pas januari.

Relatieve deprivatie

Zojuist zei ik al dat seksueel geweld een onderwerp is dat erg leeft onder jonge feministen. Het onderwerp stond
ook al tijdens de Tweede Feministische Golf op de agenda. Je zou kunnen stellen dat we aan het begin staan van
een nieuwe golf – al kun je daar ook van alles tegenin brengen. Voor nu wil ik een begrip uit de politicologie
introduceren dat helpt begrijpen waarom mensen op specifieke momenten in protest komen.

Relatieve deprivatie gaat over verschillen tussen verwachtingen en mogelijkheden. Na de Tweede Wereldoorlog
konden vrouwen deelnemen aan het hoger onderwijs. Ze moesten echter nog steeds huisvrouw worden zodra ze
gingen trouwen. Er was dus sprake van toegenomen verwachtingen, terwijl de mogelijkheden gelijk bleven.

Dit zie je ook bij jonge feministen. Er was hen een betere toekomst beloofd! Ze zijn geboren na het einde van de
Tweede Feministische Golf en hen was verteld dat er gelijkheid zou zijn als zij volwassen waren. In plaats daarvan
zijn allerlei zaken nog steeds niet goed geregeld. Seksueel geweld is daar één van. Terwijl ik me als veertiger heb
neergelegd bij billenknijpen bij het uitgaan – dat is nu eenmaal zo – hebben zij andere verwachtingen. Die relatieve
deprivatie maakt boos. Dat is een voorwaarde voor protest, maar er is meer nodig. Dat brengt me naar het tweede
ingrediënt van metoo:

Technologische mogelijkheden

Hashtags kunnen niet viraal gaan als ze niet bestaan. De metoo-beweging was nooit ontstaan zonder sociale
media. Twitter en Facebook hebben deze vorm van activisme mogelijk gemaakt simpelweg door de
gebruikersopties die ze bieden. Bovendien zijn deze technologische mogelijkheden bij het grote publiek
ingeburgerd geraakt. Inmiddels weet ook mijn moeder wat een hashtag is. Het bestaan van sociale media alleen
was onvoldoende.

De slogan, als je het zo kan noemen, is bedacht door de Amerikaanse activist Tarana Burke in 2006. Zij stelde ‘Me
Too’ voor op Myspace, het sociale netwerk dat in die tijd populair aan het worden was. Ze wilde met ‘Me Too’ een
grassroots campagne startten om vrouwen van kleur te empoweren die seksueel geweld hebben hadden
meegemaakt, met namelijk in gemarginaliseerde gemeenschappen. Wat er toen in 2006 dus ontbrak, was kritieke
massa aan gebruikers en het concept van een hashtag. In 2017 waren die er wel. Wat dan nodig is, is een vonkje.

De vonk
“We are the spark, that will light the fire that will burn the First Order down” zegt Poe Dameron in Star Wars The
Last Jedi (en als Star Wars-fan wilde ik graag deze quote een keer gebruiken). Het vonkje dat het vuur aansteekt is
het derde ingrediënt, in dit geval: een celebrity-schandaal.

Op 5 oktober 2017 publiceerde The New York Times aantijgingen tegen Hollywood-producent Harvey Weinstein.
De kop: “Harvey Weinstein Paid Off Sexual Harassment Accusers for Decades”. Meerdere bekende actrices bleken
het slachtoffer te zijn geweest van Weinstein, zo bleek ook uit onderzoeksjournalistiek van The New Yorker,
gepubliceerd op 10 oktober. Het werd wereldwijd nieuws.

Zulke celebrity-schandalen hebben we natuurlijk ook vaker gezien. Denk aan Bill Cosby. In 2016 spraken 38
vrouwen zich uit: ze zouden gedrogeerd en misbruikt zijn door de voormalige publiekslieveling. Of de
Amerikaanse president: na zijn befaamde ‘grap ‘em by the pussy’-uitspraak kwamen ook allemaal vrouwen naar
voren die hem beschuldigden. Deze zaken waren groot nieuws en niet zo anders dan Weinstein.

Op 15 oktober twitterde actrice Alyssa Milano de tweet die de boel zou starten. Het was dus kort na de publicaties
rond Weinstein en Milano zit in dezelfde business. Haar oproep was helder: “If you’ve been sexually harassed or
assaulted write ‘me too’ as a reply to this tweet”. Ze deed ook zelf mee: “me too” repliet ze op haar eigen tweet.

En daarmee was het vuur aangestoken en de beweging in gang gebracht. Mensen deelden hun ervaringen en zo
kwamen schandalen aan het licht. De drie grootste zaken (dwz: met de meest high profile daders) in Nederland tot
nu toe: Gijs van Dam beschuldigd door Jelle Brandt Corstius; Job Gosschalk beschuldigd door 37 mannelijke
acteurs; en Jappe Claes beschuldigd door groot aantal van zijn vrouwelijke studenten. Meer dan dat is er, zoals ik
net al zei, discussie over discussie. We komen daarmee bij het laatste ingrediënt:

Aanhoudende media-aandacht
Elke hedendaagse protestbeweging heeft media-aandacht nodig. Om binnen het feminisme te blijven: Dolle Mina
had een uitgekiende mediastrategie. De lancering van de bekende feministische organisatie was spectaculair. De
oprichters hadden een datum vastgesteld waarop ze in de openbaarheid zouden treden. Iemand kende een
medewerker van het televisieprogramma Brandpunt en die wilden de acties wel filmen.

Op 23 januari 1970 bezette Dolle Mina Nijenrode en verbrandde ze een korset. Op 24 januari floten Dolle Mina’s
mannen na in Amsterdam, protesteerden ze voor meer crèches en tegen het huwelijk, en eisten ze openbaar
plasrecht voor vrouwen. Twee dagen later kwam Brandpunt op de buis. Nijenrode was een elitair
opleidingsinstituut in een kasteel waar alleen mannen werden toegelaten. De kijker zag hoe een jonge vrouw in
kekke laarzen en korte rok met grote witte letters ‘Dolle Mina’ op de ophaalbrug kalkte. Er was een vechtpartij
ontstaan die vol in beeld kwam. Goede tv en heel Nederland wist wie Dolle Mina was. Daarna stond de telefoon
roodgloeiend met vrouwen die zich wilden aansluiten.

Dolle Mina had meer van dat soort spectaculaire acties, maar op een gegeven moment verloor de media haar
interesse. De nieuwigheid was eraf.

Het is cruciaal voor een beweging om media-aandacht te verkrijgen maar vervolgens ook om die vast te houden.
We zien bij metoo dat er steeds nieuwe ontwikkelingen zijn en invalshoeken aangedragen worden, waardoor dat
lukt. De metadiscussie waarnaar ik eerder verwees is daar een voorbeeld van.

Aan tafel bij De Wereld Draait Door zei Jessica Durlacher bijvoorbeeld dat ze metoo maar ouderwets vond. “Het
maakt van vrouwen hulpeloze wezentjes”. Dat is een uitspraak die ophef garandeert. Voorstanders van metoo
gingen er helemaal los op op de socials. Loes Reijmer schreef er weken later een artikel over voor de Volkskrant: er
is sprake van een generatiekloof stelde ze. Daarmee voedde ze de discussie weer verder. Een ander voorbeeld is de
recente brief van Franse vrouwen die schreven dat metoo de plank misslaat en dat flirten moet mogen. Ook
daarover ontstond ophef, afkeer en discussie.

Hoewel ik columns over gender en seks schrijf en dit voor mij dus een dankbaar onderwerp is, heb ik op dit
moment allang geen zin meer om erover te publiceren. Ik beschouw mezelf dan ook niet als onderdeel van de
beweging. Journalisten als Loes Reijmer en columnisten als Meredith Greer zien zichzelf wel zo. Ze zijn
onvermoeibaar in het aankaarten en aanklagen. Die standvastigheid is dus een belangrijke reden waarom metoo
maar opgestuwd blijft worden als issue. Een verschil met vroeger: deze vrouwen hoeven geen toegang te zoeken
tot de media, ze zijn er onderdeel van.

Toekomst
De afgelopen weken kwam er weer een nieuwe impuls: een beschuldiging aan het adres van acteur Aziz Ansari.
Zijn ‘slachtoffer’, een meisje waarmee hij op date was, beschuldigt hem niet van verkrachting, maar van het niet
goed lezen van haar signalen. Dat zorgde voor uitgebreide discussies over hoe erg het nu eigenlijk was wat hij
heeft gedaan. De Volkskrant stelde gisteren dat die vraag “het draaipunt in de metoo-discussie in de VS markeert”.
Daar ben ik het niet mee eens. Het is geen draaipunt, laat staan hét draaipunt. The Guardian schreef “The Aziz
Ansari furore isn’t the end of #MeToo. It’s just the start”. Ook daar ben ik het niet mee eens. Het moge duidelijk
zijn dat we de start allang gehad hebben. Aziz Ansari is een opstuwing die zorgt dat het issue op de agenda blijft
staan.

Ik heb u mee genomen in de ontwikkeling van metoo als issue, voorbij de hype. Daarbij heb ik betoogd dat het de
combinatie van vier ingrediënten was die de ontwikkeling van dit issue verklaart: relatieve deprivatie zorgde
ervoor dat er potentieel voor protest ontstond. Dankzij ingeburgerde technologische mogelijkheden was er een
platform voor de beweging. Een celebrity-schandaal vormde de spark, en dankzij een standvastige groep
deelnemers die toegang hebben tot de media blijft het onderwerp de media-agenda domineren.

Nu wilt u vast van mij een prognose voor de toekomst, maar ik ben wetenschapper en geen waarzegger. Ik weet
niet hoe lang het issue nog te leven heeft en ik weet ook niet of seksuele relaties voorgoed anders zullen zijn.

Desalniettemin wil ik me wagen aan een voorspelling: er gaan heel wat scripties over dit onderwerp geschreven
worden. Aan de ontwikkeling van dit issue zitten nog meer aspecten die het bestuderen waard zijn en metoo is een
relevante case voor alle disciplines uit de sociale wetenschap. We gaan dit issue en haar ontwikkeling dan ook
absoluut terugzien in allerlei handboeken. Onthoud dat u het eerst van mij hoorde!