19 september 2018

BLOG: Het gaat niet om de keuze tussen wél of géén slaafvrije chocolade

door Sophie Witlox

“Ons fruit uit Afrika smaakt niet alleen lekker, het geeft je ook een goed gevoel. Dat komt doordat onze telers samen met de AH Foundation bijdragen aan betere leefomstandigheden voor de lokale gemeenschap”. Deze zin – afkomstig van de website van de Albert Heijn Foundation– illustreert dat de supermarkt niet slechts een plek is voor levensmiddelen, maar ook voor maatschappelijke issues. Tegenwoordig wil de consument zich namelijk ook ‘goed’ voelen over zijn of haar aankoop. En wie boodschappen doet treft in zijn karretje meer dan één maatschappelijke issue aan: van dierenwelzijn en suiker tot bestrijdingsmiddelen en mensenrechten.

Supermarkten kiezen er steeds vaker voor om zich via maatschappelijke issues te profileren. Zo hebben Lidl en Aldi verkondigd energiedrankjes dit najaar in de ban te doen, nadat verschillende ngo’s en kinderartsen gepleit hadden voor een verbod op deze dranken. Albert Heijn en Plus reageerden dat zij dit voorbeeld willen volgen maar hebben sindsdien nog niets van zich laten horen. Jumbo liet weten niet mee te doen omdat ze het belangrijker achten ‘om de consument te voorzien in zijn volledige boodschappenvraag’. Maar de werkelijke reden van dit besluit, volgens voedselwaakhond Foodwatch, is dat Jumbo vastzit in hun grote campagne met Max Verstappen en Red Bull. “Daar lijkt gezondheid helaas op het tweede plan gezet”, aldus Foodwatch.

Bovenstaand voorbeeld laat zien dat supermarkten in Nederland op een ‘selectieve’ manier een bijdrage leveren aan een gezondere samenleving en een duurzamere voedselketen. Dit gegeven werd ook duidelijk toen begin deze zomer het Convenant Voedingsmiddelen – richtlijnen opgesteld door Oxfam Novib die voor meer duurzaamheid in de voedselketen moeten zorgen – door geen enkele individuele supermarkt werd ondertekend. In plaats daarvan heeft de brancheorganisatie van supermarkten (CBL) twee maanden geleden een handtekening gezet, ondanks de richtlijnen juist op individuele supermarkten zijn gericht. Een papieren tijger lijkt het gevolg.

Supermarkten zeggen de Convenant Voedingsmiddelen wel degelijk te steunen. Maar deze steun betekent, zo stelt Oxfam Novib, vrij weinig zonder handtekening. Onlangs bracht Oxfam een rapport naar buiten waarin het stelde dat de vijf grootste supermarkten van het land – Albert Heijn, Jumbo, Lidl, Aldi en PLUS – de economische uitbuiting in stand houden van mensen die in ontwikkelingslanden ons voedsel produceren. Alle vijf supermarktketens haalden een zware onvoldoende op Oxfam Novib’s internationale duurzaamheidsranglijst van supermarkten.

Daarnaast is het vanwege de ingewikkelde Europese wetgeving ook belangrijk dat de supermarkt steviger optreedt als ‘gatekeeper’ om consumenten te beschermen tegen misstanden die over de gehele voedselproductieketen voor kunnen komen. De wetgeving heeft namelijk weinig invloed op leveranciers en producenten buiten de EU. Een voorbeeld van de beperkingen van deze wetgeving is het rapport dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit eerder dit jaar naar buiten bracht, nadat pesticiden werden aangetroffen op boontjes uit Kenia, aardbeien uit Egypte en tomaten uit Marokko. De NVWA concludeerde dat door middel van import van buiten de EU nog altijd verboden bestrijdingsmiddelen in de supermarkt belanden.

Een winkel die onlangs liet weten meer verantwoordelijkheid te nemen ten aanzien van de voedselketen is Ekoplaza. Deze supermarktketen noemt zichzelf niet alleen sinds kort ‘de eerste gifvrije supermarkt’ van Nederland, maar gaat naar eigen zeggen ook de impact van haar assortiment op de gezondheid van haar klanten onderzoeken en monitoren. De supermarkt toont hiermee in ieder geval een consistent beleid in plaatst van selectiviteit op het gebied van duurzaamheid.

Dat alle supermarkten de consument kunnen verzekeren van een duurzaam én veilig product dat over de gehele voedselketen is getoetst zou uiteindelijk de norm moeten worden. Een handtekening onder het Convenant Levensmiddelen is hiervoor een noodzakelijk goed, zodat de consument erop aan kan dat steun wordt omgezet in motivatie om meer onderzoek te verrichten in de voedselproductieketen. Ten slotte dient de ‘volledige boodschappen vraag’ van de consument namelijk niet te draaien om de keuze tussen frisdrank mét of zónder gezondheidsrisico’s of wél of géén slaafvrije chocolade. Hierin kan de supermarkt een voorbeeldfunctie vervullen.

Deel dit nieuwsbericht