08 oktober 2018

BLOG: Unilever: aandeelhoudersbelang tóch het belangrijkst

door Bas Lans

Vandaag lazen we een passage terug uit een interview met Paul Polman, bestuursvoorzitter van Unilever, in NRC van 4 maart 2017: Het bestaansrecht van ondernemingen is volgens Paul Polman trouwens: een positieve bijdrage leveren aan de samenleving. En dus niet in de eerste plaats de zakken van de aandeelhouders vullen.

Het was nogal een uitspraak die Polman toen deed: de belangen van aandeelhouders gaan bij Unilever niet boven alles. Vrijdag kondigde het bedrijf echter aan dat het plan van de baan is om van Rotterdam exclusief het wereldwijde hoofdkantoor te maken; een kans om de uitspraak uit 2017 nog eens onder de loep te nemen.

Polman en Unilever waren in de afgelopen jaren voor de meeste Nederlanders het toonbeeld van maatschappelijk verantwoorde bedrijfsvoering. Dacht je aan een groene CEO, dan dacht je aan Polman. Hij ontving er onderscheidingen en eredoctoraten voor, in Nederland en in het buitenland. Ook als je dacht aan een echte Nederlandse multinational die Nederlandse maatschappelijke belangen hoog in het vaandel had staan, dacht je al snel aan Unilever. Het bedrijf was dusdanig Nederlands, dat zelfs de premier nauw betrokken raakte bij de inspanningen om Unilever in 2017 uit handen van Kraft Heinz te houden.

Een multinational als Unilever kent begrijpelijkerwijs veel – vaak tegenstrijdige – belangen: financieel, maatschappelijk en natuurlijk de belangen van aandeelhouders. De reputatie van Unilever, mede gebouwd op uitspraken van Polman zoals tegen NRC, deed vermoeden dat het bedrijf die belangen zeer goed in balans wist te houden. Veel Nederlanders zetten Polman en met hem Unilever op een voetstuk. Een witte zwaan.

Nu blijkt echter – nadat bekend werd dat het bedrijf het hoofdkantoor niet exclusief in Rotterdam zal vestigen – dat Unilever gewoon een doorsnee bedrijf is. Het moet zwichten voor de wil van aandeelhouders en maakt andere belangen daaraan ondergeschikt.

Ook lijkt de rol die Unilever achter de schermen heeft gespeeld bij de afschaffing van de dividendbelasting, schimmiger dan we verwacht hadden. Nadat Polman vrijdag aankondigde dat het hoofdkantoor niet exclusief in Nederland komt te staan, kondigde het kabinet bij monde van Rutte aan dat de afschaffing van de dividendbelasting opnieuw tegen het licht wordt gehouden. Alhoewel het verband tussen de dividendbelasting en de exclusieve vestiging van het wereldwijde hoofdkantoor van Unilever in Nederland altijd ontkend is, blijkt dit verband er wel degelijk te zijn. Polman lijkt fors gelobbyd te hebben voor de onpopulaire afschaffing, maar het is hem niet gelukt om de aandeelhoudersneuzen in dezelfde richting te krijgen nu het bijna zo ver is.

De lezing van Polman dat het grote verzet tegen de dividendplannen aandeelhouders heeft afgeschrikt, kunnen we niet serieus nemen. Unilever mag zich niet verschuilen achter de wil van die aandeelhouders. Het heeft ingezet op een dividenddeal die Nederlandse belastingbetalers fors zou raken en nu die deal toch niet goed genoeg wordt gevonden, gaat het aandeelhoudersbelang voor. Weg is de balans tussen de verschillende belangen.

Als het had gekund, had ik Polman vandaag graag persoonlijk gevraagd wat er gebeurd is. Heeft hij tegenover NRC gewoon te veel beloofd, of is er bij Unilever daadwerkelijk iets veranderd? Is hij zelf net zo teleurgesteld als wij, of hebben we hem al die jaren te rooskleurig ingeschat?