21 december 2018

“Waar geen wil is, is een wet”

‘Waar een wil is, is een weg en waar geen wil is, is een wet’. Dit waren – al weer vier jaar geleden – de woorden van Jet Bussemaker naar aanleiding van de discussie over het vrouwenquotum en de impasse waarin deze discussie was geraakt. In een interview in NRC Handerlsblad gaf zij zij aan dat bij ingewikkelde maatschappelijke vraagstukken de overheid en het parlement meer verantwoordelijkheid moeten nemen. Vooral wanneer andere relevante partijen deze verantwoordelijkheid niet oppakken.

Was het destijds het vrouwenquotum, nu vragen wellicht discussies over het al dan niet afschaffen van de dividendbelasting of het omvallen van ziekenhuizen om een strakkere en pro-actievere regie vanuit de overheid en duidelijkere wetgeving vanuit het parlement. De wil daartoe is echter minder groot. Minister Bruins geeft aan dat hij hierbij geen rol voor zichzelf ziet.

Twee andere ingewikkelde dossiers zijn het Klimaatakkoord en het Preventieakkoord. In beide gevallen heeft de overheid het voortouw genomen om samen met andere betrokkenen tot een oplossing te komen.  Niet uit eigen belang maar in het belang van de samenleving. De bedrijven blijven echter in rondjes draaien. De recente discussie over het niet halen van de klimaatdoelstellingen lijkt daarmee een voorbeeld van een impasse te zijn die vraagt om een krachtig politiek optreden. Of zoals Klaas van Egmond, hoogleraar Milieukunde en Duurzaamheid in de Volkskrant terecht zegt: ‘Uiteindelijk is de regering aan zet.  Als je al die bedrijven en organisaties – met zeer uiteenlopende belangen en zienswijzen – zelf laat verzinnen wat er moet komen, dan gaat dit zeker niet lukken. Je laat een kalkoen toch ook niet meebeslissen over het Kerstdiner.’

In het uiterste geval moet je als overheid ook durven kiezen voor wetgeving; waar geen wil is, moet er immers een wet komen. Dat helpt bedrijven die niet uit eigen kracht veranderen en daarom wellicht gedwongen moeten worden door wetgeving. Maar het helpt ook de bedrijven die wel willen en nieuwe regelgeving kunnen inzetten om een betere positie voor zichzelf te creëren.

Een strakkere regie vanuit de overheid hoeft daarmee niet te leiden tot verkramping waarbij bedrijven zich terugtrekken uit de media en het maatschappelijk debat, omdat  ze geen risico willen lopen. Wetgeving kan juist duidelijkheid scheppen en nieuwe kansen bieden. Kansen voor de burger, kansen voor de politiek en kansen voor ondernemers. Wanneer bedrijven actiever voor hun maatschappelijke positie en belangen opkomen, dan zullen ze meer naar buiten moeten. Ze moeten de overheid en politiek (die steeds meer vooringenomen standpunten lijken te hebben) actief benaderen en wellicht vragen om regelgeving. Op die manier snijdt het mes aan twee kanten. Wie kan daar nou tegen zijn?

Deel dit nieuwsbericht