skip to Main Content

Het genderquotum: niet publieksfavoriet, wel effectief

Vandaag de dag is genderdiversiteit in bedrijven en gendergelijkheid in veel landen van groot belang. Diversiteit is de afgelopen jaren een veelbesproken onderwerp en dan met name de diversiteit binnen de Raad van Bestuur van een organisatie. Diversiteit in de top is zo belangrijk omdat het door het glazen plafond voor vrouwen lastig blijkt om een toppositie te bereiken. Aandacht voor dit onderwerp is in Nederland niet onlogisch, want als je naar de Glass ceiling-index kijkt van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD) dan geeft dat een alarmerend beeld. Nederland scoort onder het gemiddelde en staat op plek 25 van de 38 OECD-lidstaten.

Dit lijkt misschien abstract, maar de concrete uitwerkingen van deze belabberde positie zijn op veel fronten in de praktijk terug te zien. Neem bijvoorbeeld de wetenschap. In een recent opiniestuk van hoogleraar Jojanneke van der Toorn en Michiel Kolman van Elsevier wordt duidelijk hoe het glazenplafond daar in de praktijk de carrières van vrouwelijke wetenschappers beïnvloedt. “Hoewel het merendeel van de afstudeerders aan Nederlandse universiteiten vrouw is, daalt dat percentage snel met elke stap op de wetenschappelijke carrièreladder. 43 procent van de promovendi, 41 procent van de universitair docenten, 29 procent van de universitair hoofddocenten en 24 procent van de hoogleraren is vrouw. Deeltijdwerken is geen verklaring voor dit beeld: dat doen vrouwelijke wetenschappers nauwelijks meer dan mannelijke collega’s”, schrijven van der Toorn en Kolman. Er is dus duidelijk zicht op dit probleem, maar politieke maatregelen blijven altijd gevoelig liggen. Dat geldt niet alleen voor Nederland maar ook internationaal gezien.

Er zijn de afgelopen vijftien jaar internationaal gezien veel veranderingen geweest in de wetgeving gericht op diversiteit binnen de top van organisaties. Er zijn verschillende benaderingen die regeringen hebben gevolgd om meer diversiteit binnen het bedrijfsleven te bereiken. Een daarvan is een genderquotum. In 2006 stelde Noorwegen als eerste land in Europa een dergelijk quotum in. Sindsdien behaalde het land het hoogste percentage vrouwelijke bestuurders ter wereld. Noorwegen werd een voorbeeld voor anderen landen die ernaar streven het aandeel van vrouwen in de bedrijfstop vergroten. Landen als België, Spanje, Frankrijk en IJsland volgden. Nederland ontbrak lange tijd in dit rijtje, maar daar komt eindelijk de hoognodige verandering in.

In Nederland is er een wet door de Tweede Kamer aangenomen omtrent het vrouwenquotum. De wet houdt in dat de Raad van Commissarissen van beursgenoteerde bedrijven voor minstens 30% uit vrouwen moeten bestaan, middels een zogeheten ingroeiquotum. Dat betekent dat bij de aanstelling van een nieuw bestuurslid wordt gekeken naar het geslacht, om zo aan het wettelijke quotum te voldoen. Het toekomstige quotum gaat niet voor de Raad van Bestuur gelden maar zal alleen in werking treden bij de Raad van Commissarissen, het controlerende orgaan van een bedrijf. Den Haag hoopt hiermee te bereiken dat zodra er meer vrouwen in de Raad van Commissarissen zullen plaatsnemen, er ook meer plekken in de raden van bestuur worden toegewezen aan vrouwen. ‘We doorbreken het old boys network en zetten een grote stap naar gelijkheid en diversiteit in de top van het bedrijfsleven’, zei minister Van Engelshoven over de wet. Het enthousiasme van de minister werd lang niet door iedereen gedeeld. Critici vinden de maatregel paternalistisch. Ze beweren dat vrouwen dan een positie bereiken omdat ze vrouw zijn en omdat het quotum nu eenmaal gehaald moet worden.

Deze kritiek is goed voorstelbaar, maar in de discussie over de wenselijkheid moet wel worden meegenomen of dit probleem zonder quotum wel opgelost kan worden. Uit een analyse van NRC is namelijk gebleken dat bedrijven die dit verplicht wordt er wel in slagen om de genderdiversiteit te vergroten. Bij bedrijven zonder quotum vindt ondertussen weinig verbetering plaats. Het genderquotum verdient misschien niet de publieksprijs, maar het is wel een oplossing die zoden aan de dijk zet.

De ongemakkelijke waarheid is wel dat vrouw-zijn er nu voor kan zorgen dat je een toppositie juist niet bereikt. Dat is een punt waar de critici van het genderquotum te makkelijk aan voorbij gaan. Dit zou de oplossing kunnen zijn om het vrouwelijke leiderschap op de lange termijn aan te jagen en het glazen plafond eindelijk te doorbreken.

Behoefte aan advies van onze experts over jouw issue?    
Back To Top