skip to Main Content

Thought Leader Thursday | Marc van den Tweel – Natuurmonumenten: “Van in de put zitten tot euforie”

In de interviewserie Thought Leader Thursday spreken wij elke donderdag een expert op het gebied van een specifiek issue. Waar de coronacrisis de hele samenleving opschudde, zijn wij benieuwd wat dit voor consequenties heeft gehad op het issuemanagement en –maken van deze Thought Leaders.

Deze week gingen wij in gesprek met Marc van den Tweel, algemeen directeur van Natuurmonumenten. Tevens is hij lid van de Raad van Toezicht van het Rijksmuseum van Oudheden en voorzitter van de Programmacommissie van Civil Power. We spraken met hem over de Nederlandse natuur, een issue dat tijdens de crisis zowel onder positieve als negatieve druk kwam te staan.

Wat waren de verwachtingen met betrekking tot jouw issue voordat de coronacrisis begon? 

“Bij Natuurmonumenten hebben we eigenlijk een dubbele inborst. Aan de ene kant zijn wij beheerder van natuur en proberen we 109.000 hectare in Nederland en 3600 cultuurhistorische bouwwerken zo goed mogelijk te beheren. Tegelijkertijd proberen wij zo veel mogelijk mensen daarvan te laten genieten. Dat is een beheer- en ontwikkeloperatie. In die zin zijn we ook heel anders dan de meeste andere NGO’s. Die zijn vooral bezig met campaigning en met ideeën aan het licht brengen. En tegelijkertijd doen wij dat óók, we zijn dus echt a-typisch zou je kunnen zeggen. Dat laatste doen we vooral ook omdat we  zien dat we wel goed voor onze natuurgebieden kunnen zorgen, maar dat er ook externe factoren zijn zoals verdroging, waterhuishoudingsystemen, stikstof, klimaatverandering, etc., die ons beheerwerk moeilijker kunnen maken. Wij kunnen dus enorm ons best doen, maar als er niks gebeurt met die externe factoren, dan verlies je de controle over die negatieve ontwikkelingen. Die politieke thema’s zijn het afgelopen halfjaar invloedrijker geworden en dat zien we ook in ons public affairs beleid, waar het aangaan van allianties bijvoorbeeld veel belangrijker is geworden.”

Wat is er met het issue gebeurd tijdens de crisis? 

“We zagen in de eerste periode een paar rare dingen. Bij ons werken 750 man en 12.000 vrijwilligers, een grote club die ineens op een andere manier moet gaan werken met inachtneming van hele strikte veiligheidsprotocollen. Voor de honderden mensen die we buiten hebben werken, is dat een grote logistieke operatie. Onze bezoekerscentra, kantoren en winkels gingen dicht, net zoals het onroerend goed dat we verhuren aan horecaondernemingen. Ledenwerving, wat een belangrijk onderdeel is van onze activiteiten, lag ook stil. Dat waren daardoor heel zware maanden, ook financieel. Dat heeft er echt behoorlijk ingehakt.

Tegelijkertijd kwam er ook een hernieuwde interesse voor natuur dicht bij huis, ook van mensen die traditioneel niet of veel minder in de Nederlandse natuur komen. Dat gaf ook een paar operationele problemen. Natuurgebieden werden soms overlopen met enorme hoeveelheden mensen. Ineens moesten we gebieden afsluiten en dat hadden we nog nooit in onze geschiedenis gedaan. Uiteraard zijn we heel blij met die hernieuwde interesse en waardering en daar zijn we ook echt campagne op gaan voeren. De campagne ‘Groeten uit Nederland’ is een beetje met een knipoog naar het feit dat mensen niet meer naar Italië op vakantie gingen, maar naar de Achterhoek. Dat heeft voor een enorme toestroom aan leden en donaties gezorgd in de afgelopen twee maanden.

We zagen dus rare, grillige patronen: van in de put zitten tot euforie.”

Hoe staat het nu met het issue? 

“Het is moeilijk om de politieke thema’s en externe factoren onder de aandacht te houden. De informele contacten vinden niet meer plaats. Public affairs is deels ook het opbouwen van relaties: je hebt feiten, cijfers, argumenten die allemaal zuiver en goed moeten zijn, maar het gaat natuurlijk ook om het contact hebben en het opbouwen van een band. En dat is een ingewikkeld spel aan het worden. Voor eventjes geeft dat niet, maar op de lange termijn is dat wel lastig.

Daarnaast zien we dat corona voor een deel ook de aandacht heeft weggezogen van andere issues:  die staan allemaal in de ijskast. Dat begrijp ik wel, maar die thema’s zijn er niet minder actueel door geworden.

Ik hoop dat de hernieuwde waardering voor de Nederlandse natuur positief door zal werken voor die thema’s. We zijn hard aan de slag om dat onder de aandacht te brengen. Het is echter de vraag of het nu de tijd is voor een fundamentele verandering. De geschiedenis leert dat er na crises altijd iets verandert, maar zelden is dat een enorme, ingrijpende verandering. Na de crisis in 2008 werd ook gezegd: “nu wordt het hele financiële systeem anders” maar dat is niet substantieel aangepast. Deze crisis is een evolutionair proces dat je ogen opent voor nieuwe inzichten, maar deels snakken we er ook naar dat alles bij het oude blijft. Dat klinkt een beetje raar, maar het is natuurlijk heerlijk om weer gewoon op weg te kunnen en de dingen te doen die je voorheen deed.

Een crisis is ook een moment van zelfreflectie: wat heb ik van deze periode geleerd, wat ga ik voortaan anders doen? Het is ook een goed moment voor de samenleving om zich te bezinnen op wat we collectief anders willen/kunnen gaan doen. Het is in die zin ook een kans, bijvoorbeeld om investeringen juist daar te gaan doen waar ze maatschappelijk en/of economisch het best renderen.”

Wat gaan jullie met het issue doen in de komende tijd? 

“Ik hoop dat de herwaardering voor de Nederlandse natuur blijvend is en dat we onze collectieve verantwoordelijkheid op het gebied van ruimtelijke ordening, stikstof en klimaat beter gaan nemen. Ik hoop dat we daarin echt stappen kunnen zetten en wij zullen proberen ons steentje daaraan bij te dragen.

Voor ons zijn de verkiezingen en kabinetsformatie een belangrijk ijkpunt voor de komende jaren. We zullen daarom proberen om daar in de beïnvloedingssfeer te zitten. De verkiezingsprogrammacommissies zijn eigenlijk met name bezig met corona, of partijen hebben überhaupt nog geen programma’s opgeleverd. Ik vind het daarom lastig om vooruit te kijken, zeker omdat we nu als samenleving ook zo in het moment leven.

We zien gelukkig dat er heel veel nieuwe doelgroepen bij ons zijn gekomen die traditioneel minder met natuur bezig waren. Die proberen we nu goed te informeren, te betrekken en te enthousiasmeren met heel heldere communicatie. Zo hebben we in totaal 600.000 volgers op onze sociale media kanalen. Die toestroom van nieuwe mensen proberen we vast te houden, bijvoorbeeld via ‘Denkend aan Holland’ op televisie. Die gebieden waar André van Duin doorheen vaart worden vaker bezocht door mensen die nooit zelf op dat idee zouden zijn gekomen. Daar proberen we nu echt gas op te geven.

De paradox is dat er enerzijds meer interesse dan ooit is in onze natuurgebieden, maar dat het anderzijds lastiger is om dat bij de beslissers onder de aandacht te brengen door corona. Laten we hopen dat we deze komende weken goed doorkomen, zodat mensen naar onze ‘showroom’ kunnen blijven komen. Ze moet het uiteindelijk toch zelf zien.”

Back To Top