skip to Main Content

Thoughtleader Thursday – Dirk Tuip over esports: ’Ik verwacht dat esports binnenkort een olympische sport wordt’

In de interviewserie ‘Thought Leader Thursday’ spreken wij elke donderdag een expert op het gebied van een specifiek issue. Deze keer spreken we met Dirk Tuip van H20 Esports Campus Amsterdam. We spreken met hem over het de impact van de coronacrisis op het imago van esports, het opbouwen van een community en hoe H20 zich wil ontpoppen tot het Papendal van de esports.

 

Wat waren de verwachtingen met betrekking tot jouw issue voordat de coronacrisis begon? 

De potentie van esports -het professioneel spelen van een videogame- is enorm, maar in Nederland staat het nog in de kinderschoenen. Veel mensen weten niet wat het inhoudt, laat staan dat ze de positieve kanten van het (professioneel) spelen van videogames kunnen benoemen of de link leggen met de educatiemogelijkheden. Gamen heeft voor oudere generaties vaak nog een negatieve connotatie, terwijl er talloze parallellen met de ‘gewone’ sport te zien zijn.

Dit jaar stond -en staat- in het zetten van nieuwe stappen om de sector verder te professionaliseren en het laten groeien van de esports-community. We hebben de eerste esports campus van Nederland geopend, de H20 Esports Campus Amsterdam. Daarbinnen bevindt zich het Rabo Esports Stadium, de eerste permanente locatie waar esports-wedstrijden worden georganiseerd en worden uitgezonden.

We zijn daar erg trots op, want er zit al zo’n vijf jaar aan voorbereiding in het project. Van het opzetten van samenwerkingen met bijvoorbeeld het Media College in Amsterdam tot het technisch gereedmaken van het gebouw. Toen we het pand betrokken hadden we bijvoorbeeld de beschikking over vier stopcontacten. Als professionele esporter kan je het je niet veroorloven dat het beeld even vastloopt.

De campus beslaat een ruimte van 10.000m2 waarin we breedtesport (gaming), topsport (esports) en creative tech (onderwijs en ondernemers) bij elkaar brengen. Ons doel is om het Papendal van de Nederlandse esports te worden, waarbij we complete begeleiding bieden aan de talenten. Daarbij denken we verder dan alleen trainingsuren en de professionele carrière. We zijn er ook om kinderen kennis te laten maken met de tech-industrie en te inspireren tot een maatschappelijke loopbaan in die sector. Op de campus zijn bijvoorbeeld ook educatieve techbedrijven gevestigd die jongeren leren over nieuwe technologieën. We verbinden ons nadrukkelijk met opleidingen en onderwijs. Gamers, esporters en influencers zijn in onze ogen de ontwikkelaars van de toekomst.

Na de succesvolle opening waarbij onder andere Prins Constantijn aanwezig was vulde de agenda met evenementen zich al gauw. Zo zouden we onder andere het WK Zwift organiseren, stonden er verschillende bedrijfsevents in de planning, kinderfeestjes, etc.

 

Wat is er met het issue gebeurd tijdens de crisis? 

Laat ik eerst uitzoomen. Esports hebben veel mensen weleens op een journaal voorbij zien komen, maar beschrijven wat het inhoudt is al lastiger.  Gaming, het recreatief spelen van videogames, heeft voor veel oudere generaties  nog een negatieve bijsmaak. Dat verandert nu langzaam. Er verschijnen steeds meer wetenschappelijke onderzoeken die aantonen dat kinderen nieuwe vaardigheden leren tijdens het spelen. En gamen is -zeker tijdens een lockdown- een veilige manier om toch samen te komen en dingen met elkaar te ondernemen. In die zin ontwikkelt het onderwerp zich op een positieve manier. Gameproducenten hebben bijvoorbeeld ook extra hoge omzetten gedraaid omdat veel mensen (meer) zijn gaan gamen.

Als ik kijk naar H20 dan is het heel dubbel. We waren nog niet open of de eerste lockdown werd aangekondigd, wat betekende dat we helemaal dicht moesten. Die tijd hebben we gebruikt om nieuwe partners te vinden en geïnteresseerden meer over het concept te vertellen. Ook hebben we hybride events ontwikkeld, waarbij we met hele kleine groepen samen komen in de campus, en het event online wordt uitgezonden. We hebben onze ‘roadmap’ daardoor redelijk kunnen behouden, behalve dat we onze main stage niet kunnen gebruiken door de geldende restricties. We focussen ons daarom meer op de breedtesporten, waar minder restricties gelden. Kinderen kunnen in kleine groepen nog steeds langskomen.

 

Hoe staat het nu met het issue? 

Je kunt deze fase ook omschrijven als volwassen worden, met alle bijpassende groeipijnen die we eerder zagen met techbedrijven. We merken wel dat meer organisaties, zoals de Rijksoverheid, gemeenten en het IOC, een toenemende interesse hebben in gaming en esports. Die zijn nu aan het kijken hoe esports passen binnen het huidige beleid, subsidiepotjes, wetgeving, etc.

Esports en gaming blijven groeien, maar in Nederland signaleren we een aantal drempels die we met elkaar moeten nemen. Het imago van gaming en de onwetendheid van oudere generaties moeten eerst worden verbeterd. Onderzoeken, mooie samenwerkingen, succesverhalen en eigen ervaringen helpen om dat beeld te doen kantelen, daar zijn veel partijen al mee bezig. Afgelopen zomer organiseerden we zelf een ‘esports experience tour’ voor gezinnen. Ouders en kinderen krijgen daar een complete beleving, van samen gamen tot het ervaren van virtual reality, onder begeleiding van professionals. Je ziet het begrip en plezier bij alle partijen met de minuut toenemen. De kinderen – en toekomstige werkgevers- krijgen inmiddels door dat goede gamers ook vaardigheden bezitten die ze in kunnen zetten voor een techcarrière. Vergelijk het weer met de ‘gewone’ sport. De goede voetballers, hockeyers en tennissers kiezen ook eerder voor een opleiding zoals de ALO, het Cios of Sport en Bewegen. Een goede speler in Minecraft zou zomaar ook talent kunnen hebben voor programmeren.

 

Wat gaan jullie met het issue doen in de komende tijd? 

We willen esports verder professionaliseren, zodat kinderen met talent de stap naar topsport kunnen maken. Ik verwacht dat esports een olympische sport zal worden, voor die tijd moeten we de nodige stappen zetten om Nederland daarop voor te bereiden. We hebben bijvoorbeeld een goede amateursport-structuur liggen, met bonden en sportclubs. Dit ontbreekt nog bij esports. De individuele begeleiding van sporters moet beter, zo willen we werken aan certificering voor esports-trainers. En ook op het gebied van faciliteiten valt er nog te winnen, zo willen we onze huidige campus ook uitbreiden met woningen.  Op recreatief niveau is het belangrijk dat we het imago van gaming weten te kantelen. We moeten laten zien dat de vaardigheden die je opdoet tijdens het gamen nuttig zijn voor je professionele loopbaan. Van het leren van een vreemde taal (Engels, maar ook programmeren) tot het leren samenwerken.  Ouders zien bij ons ook dat de campus helpt bij het maken van vrienden. Zodra de coronamaatregelen achter ons liggen kunnen we dit aan veel meer ouders laten zien

Om daar te komen, zoeken we naar samenwerkingen in de breedste zin. Dit is namelijk een industrie waar je mee bezig wilt zijn, zeker in combinatie met het tech-aspect. Tech is immers ook een groeimarkt. We willen graag talenten aan de lopende band aan de maatschappij afleveren. Om meer mensen daarvoor te enthousiasmeren, moet je het ze vooral laten zien.  De talenten die we nu al hebben rondlopen zijn onder de indruk zijn van onze faciliteiten, Eigenlijk moeten zij hier straks als alumni aan de muur hangen. Ik zal enorm trots zijn als ze later over ons zeggen ‘Daar is het begonnen.’

Back To Top