skip to Main Content

Thoughtleader Thursday – Gerlien van Dalen over leesvaardigheid, leesplezier en leesbevordering: “Wij willen kansen bieden door iedereen een goede geletterde basis mee te geven.”

In de serie Thoughleader Thursday spreken wij elke donderdag een expert op het gebied van een specifiek issue. Deze week spreken wij Gerlien van Dalen, directeur-bestuurder van Stichting Lezen. Zij vertelt ons over het belang leesvaardigheid, leesplezier en leesbevordering in een tijd waar onderwijs verschoof van de fysieke scholen naar thuis en digitaal. Gerlien vertelt over bestaande campagnes en nieuwe, creatieve en flexibele initiatieven die tijdens de coronacrisis ontstonden om lezen toegankelijk en bovenal leuk te houden.

Wat waren de verwachtingen met betrekking tot jouw issue voordat de coronacrisis begon?

“Voordat de crisis begon richtten wij ons op dezelfde onderwerpen die ons nu nog bezighouden, namelijk leesbevordering onder baby’s, kinderen en jongeren. We willen hen de kans geven uit te groeien tot vaardige en gemotiveerde lezers. Hierbij hebben we het over een groep tot en met de pabo. Dat deden we via fysieke overleggen en door leesbevordering naar de kinderopvang en de scholen te brengen. Door de sluiting van scholen en bibliotheken is hier enigszins verandering in gekomen. We kunnen daardoor niet zomaar meer leesbevordering naar de scholen toe brengen. Ook schrijvers kunnen niet altijd naar scholen toe, dat is deels vervangen door digitale klassenbezoeken. Waar we eerst fysiek contact hadden met de doelgroepen, hebben we hier tijdens coronacrisis dus andere manieren voor moeten vinden.”

Wat is er met het issue gebeurd tijdens de crisis?

“We hebben allerlei initiatieven geïnventariseerd die scholen en bibliotheken op afstand konden gebruiken om toch leesbevordering bij kinderen te brengen. Daarnaast hebben wij onze eigen activiteiten meer digitaal gemaakt. Concrete voorbeelden zijn ons jaarlijkse congres Lezen Centraal, dat in de vorm van een webinar doorgang vond en ruim duizend deelnemers trok, veel meer dan bij het congres in fysieke vorm. Of de slotdag van De Jonge Jury, een leesevenement voor jongeren tussen 12 en 15 jaar. Normaal is die slotdag fysiek in Tivoli Vredenburg, maar dit jaar werd het een online uitzending. Die uitzending werd goed bekeken en de scholen deden hier goed aan mee. Hier is het principe ‘nood breekt wet’ goed terug te zien – al zou ik eerder spreken van ‘nood maakt creatief’. Die nieuwe online manieren om lezen naar scholen te brengen werkten ook goed.

Een kwetsbaarheid in deze tijd is echter dat je niet elke groep even goed weet te bereiken. Dit is met name terug te zien in het bereik van ouders met jonge kinderen. Door de tijdelijke sluiting van bibliotheken en consultatiebureaus, merkten wij dat het lastiger was contact te krijgen met deze groep, via bijvoorbeeld de VoorleesExpress of de BoekStartcoach. Zulke kwetsbaarheden lees je in allerlei rapporten, waaronder die van de Onderwijsinspectie. Mensen die minder kansen hebben, krijgen door corona nog minder kansen. Ook doordat ze minder bereikt worden door instanties. De kansenongelijkheid neemt daardoor toe en dat is juist iets wat we met ons werk willen voorkomen. Wij willen kansen bieden door iedereen een goede geletterde basis mee te geven, vandaar dat we inzetten op leesbevordering in taalarme gezinnen om zo de cyclus van laaggeletterdheid te doorbreken.

Ook door de sluiting van kinderopvanginstellingen en scholen was het bereiken van kinderen lastiger. Leesconsulenten van bibliotheken konden niet meer fysiek terecht. Normaal gesproken worden via onze programma’s BoekStart en de Bibliotheek op school duizenden kinderopvanginstellingen en scholen wekelijks bezocht, nu kon alleen de online dienstverlening worden aangeboden.¨

Hoe staat het nu met het issue?

“We weten dat als kinderen belangrijke dingen missen als ze thuis niet zoveel leesopvoeding krijgen, wat een negatief effect heeft op hun ontwikkeling. Nu de scholen weer zijn gestart zien we dat er voornamelijk aandacht is voor het algemene lesprogramma. Er wordt minder tijd beschikbaar gesteld voor vrij lezen. Om het belang van leesplezier een prominentere plek te bieden, sturen wij er op aan dat hier meer ruimte voor komt. Wie leeskilometers maakt, gaat nou eenmaal beter lezen. Dat staat los van methoden of lesstof.

Binnen het thema leesbevordering hebben we in het voorjaar ook verwezen naar de Koninklijke Bibliotheek. Zij hadden hun digitale bibliotheek gratis en voor iedereen opengesteld. Daarnaast schaalden ze ook het aantal digitaal toegankelijke jeugdboeken op. Dat biedt goede mogelijkheden om te zorgen dat boeken toch bij lezers kunnen blijven komen. Ik denk dat dit een hele belangrijke ontwikkeling is geweest ten tijde van de coronacrisis: dat boeken toegankelijk blijven. Vanuit Stichting Lezen droegen we ook bij aan de campagne ‘#Ik Lees Thuis’, van het boekenvak. Die campagne heeft mensen ook daadwerkelijk meer aan het lezen gebracht. En het is interessant dat er door de crisis meer samenwerkingen ontstonden. Gezamenlijk kun je dan het stimuleren van lezen beter oppakken.”

Wat gaan jullie met het issue doen in de komende tijd?

“We hebben onlangs met de Leescoalitie het manifest ‘Oproep tot een ambitieus leesoffensief’ aangeboden aan de ministers Van Engelshoven en Slob. Deze is breed opgepakt door verschillende media, onderwijspartijen en wordt ook ondersteund door bijvoorbeeld de SER. Het belang van geletterdheid wordt dus breed onderkend.

We hebben de afgelopen tijd ons netwerk rondom lezen vergroot. Dat willen we de komende tijd verder uitbouwen, ook om lezen een steviger plek in de maatschappij te geven. We gaan door met de programma’s die we nu hebben, maar we willen ook verbreding vanuit verschillende beleidsterreinen op eenzelfde manier rond lezen organiseren. Dat doen we bijvoorbeeld binnen de gezinsaanpak met allerlei partijen (gemeente, bibliotheek, kinderopvang, consultatiebureaus, jeugdzorg) die te maken hebben met ouders en kinderen. We willen ervoor zorgen dat lezen daar een centraal onderwerp is en de bereidheid daartoe is gelukkig steeds groter. Een goede talige basis en woordenschat brengt kinderen verder en we maken ouders daar bewust van. Hierbij schakelen wij tussen verschillende lagen: landelijk niveau (strategische kant), provinciaal en lokaal niveau. Zo proberen we die netwerken sterker te maken.

 

Daarnaast proberen met onze campagnes zoals De Nationale Voorleesdagen en De Nationale Voorleeswedstrijd een impuls te blijven geven aan lezen en leesplezier thuis, in de kinderopvang, op school en in de bibliotheek. Daarbij hebben we ook aandacht voor kinderen in meertalige situaties. Voor de Voorleesdagen hebben we bijvoorbeeld vertalingen gemaakt van het Prentenboek van het Jaar, zodat (groot)ouders hun kinderen in hun moedertaal kunnen voorlezen met het Nederlandse prentenboek ernaast. Op die manier verbreden we onze campagnes. Met onderzoek zullen wij ons, net zoals we dat voor de coronacrisis deden, ook zeker bezig blijven houden.

Voor de aankomende Tweede Kamerverkiezingen zou mijn droom zijn dat lezen – preventie van laaggeletterdheid, maar ook leesbevordering – wordt besproken in de kabinetsformatie. Als de investeringen dit gebied te klein blijven, hol je telkens achter de feiten aan. Je zou bijvoorbeeld willen dat de schoolbibliotheek in alle scholen goed geregeld is. Dat vraagt forsere investeringen, maar die krijg je als maatschappij op de langere termijn weer terug. Politici hebben vaak doelen voor de kortere termijn, maar een lange termijn doel als een goedgeletterd Nederland is van enorm belang.”

Back To Top