skip to Main Content

Thought Leader Thursday | Jan van de Ven over het onderwijs: “De leraren moeten weer architect worden in plaats van uitvoerder.”

In de interviewserie ‘Thought Leader thursday’ spreken wij elke donderdag een expert op het gebied van een specifiek issue. Waar de coronacrisis de hele samenleving opschudde, zijn wij benieuwd wat dit voor consequenties heeft gehad op het issuemanagement en –maken van deze Thoughtleaders. Onze eerste gast is Jan van de Ven, voorzitter van PO in actie en oprichter van het lerarencollectief. Wij vroegen hem hoe het met het onderwijs staat, een van de sectoren die het meest op zijn kop is komen te staan tijdens de crisis.

Wat waren de verwachtingen met betrekking tot jouw issue voordat de coronacrisis begon?

De drie grootste issues die binnen het primair onderwijs speelden vóór de crisis, zijn dezelfde issues die nu nog steeds aandacht vragen. Het gaat hierbij om het lerarentekort, kansengelijkheid en de kwaliteit van het onderwijs.  Naast het agenderen van deze issues, ben ik voor de crisis veel bezig geweest met het opstarten van het lerarencollectief. Het belangrijkste doel van het lerarencollectief is dat voortaan het gesprek zal worden gevoerd mét, in plaats van óver leraren. De crisis heeft ervoor gezorgd dat de initiële focus op vakmanschap is komen te liggen. In de vorm van 30 tutorials kregen leraren trainingen over het afstandsonderwijs, waarbij kennis vanuit onderwijswetenschap, onderwijsadviseurs, leraren en schoolleiders werd gecombineerd.  

 Al met al ben ik zowel voor als tijdens en na de crisis bezig geweest om leraren in de positie te brengen waar zij een belangrijke stem gaan hebben in het onderwijskrachtveld.” 

Wat is er met het issue gebeurd tijdens de crisis?

Het issue kansen(on)gelijkheid kwam tijdens de crisis extra duidelijk naar voren doordat het onderwijs naar de thuissituatie verplaatst werd. Hierbij speelden factoren zoals begeleiding  thuis en de beschikbare middelen, zoals computers en wifi een grote rol. Deze begeleiding hangt niet alleen af van het opleidingsniveau en de Nederlandse taalbeheersing van de ouders. Het hebben van een drukke of cruciale baan, waardoor ouders soms weinig tijd voor het geven van thuisonderwijs hadden, kan ook een negatieve invloed hebben op de ondersteuning van de kinderen. Het is dus duidelijk geworden dat het probleem zich niet binnen één subgroep bevindt, maar veel breder is dan dat. 

De crisis heeft daarnaast maatschappelijk gezien geleid tot meer waardering van de leerkracht, wat denk ik onder andere toe te schrijven is aan de lijst van cruciale beroepen die werd gepresenteerd. Deze lijst zou naar mijn idee veel vaker moeten worden gehanteerd bij het maken van beleidskeuzes. 

 Over het algemeen is er ook meer waardering ontstaan bij ouders die met kinderen thuis zitten. Het gros van de ouders zagen onderwijs voorheen voornamelijk als een opvangfunctie. De crisis heeft ervoor gezorgd dat ouders en ook beleidsmakers zijn gaan beseffen dat onderwijs veel meer is dan alleen opvang en dat het soms moeilijk kinderen iets te leren en de hele dag bij de les te houden. Iets wat leraren overigens altijd al zo zagen.” 

Hoe staat het nu met het issue?

“Doordat mensen hebben gezien hoe belangrijk bepaalde beroepsgroepen zoals de leraren, het zorgpersoneel en de supermarktmedewerkers zijn, is de wil om te investeren absoluut aanwezig. Het draagvlak is er mijns inziens hoe dan ook. Veel speelruimte om de waardering die er vanuit de samenleving bestaat om te zetten in financiële waardering is er denk ik niet. De crisis heeft enorm veel geld gekost. 

 Naast deze maatschappelijke herwaardering, verwacht ik dat we ook een hervonden waardering voor de publieke sector gaan zien bij veel politieke partijen. Leraren zijn daarentegen in het verleden jarenlang in tijden van crisis (bijv. in 2008 en 2015) op de nullijn gezet, wat enorm veel geld heeft opgeleverd. Dit is volgens mij niet alleen een financieel probleem. Ook de gehele inrichting van de sector en het feit dat leraren heel lang alles hebben laten gebeuren hebben ervoor gezorgd dat de leraar vaak de sluitpost is in alle beleidskeuzes. Leraren moeten meer voor zichzelf op gaan komen, iets waar het lerarencollectief zich dan ook op zal gaan focussen.” 

Wat gaan jullie met het issue doen in de komende tijd?

“Met het lerarencollectief zal geprobeerd worden de zeggenschap van leraren hoger op de agenda te krijgen. Het organiseren van leraren op dit thema is echter een lastig punt. Wanneer je leraren probeert te verenigen op het vlak van eerlijk salaris en minder werkdruk lopen ze in een polonaise achter je aan de kamer uit, maar het claimen van meer zeggenschap is veel abstracter en daardoor ook een stuk lastiger. Dit maakt het niet minder belangrijk. De leraren moeten weer architect worden in plaats van uitvoerder. 

Er staan verschillende activiteiten op de planning. Zo komt het lerarencollectief met twee leergangen om het heft over de professionalisering van leraren in eigen hand te nemen. Vanuit de leraren is ook veel vraag naar collegiale professionalisering.  Daarnaast is het voor het verloop van de issue agendering heel belangrijk aandacht te besteden aan de verkiezingsprogramma’s die veel partijen momenteel aan het opstellen zijn. De kans om een issue terug te zien in het beleid, is veel groter wanneer deze ook al geformuleerd is in de verkiezingsprogramma’s.” 

Back To Top